Leven

Geplaatst op 28 maart 2012 | door Irene Bentum

0

‘Ik maak geen onderscheid tussen mijn kinderen en pleegkinderen’

Het is voor Anneke Slagter en haar man Jaap al jarenlang de normaalste zaak van de wereld om pleegkinderen op te nemen in hun gezin. Het gros van de kinderen waar ze zich over ontfermen, is psychisch beschadigd of heeft andersoortige beperkingen. Een veilige jeugd is dan wel het minste wat zij hen kunnen bieden, stelt Anneke. ‘Elk kind is in de aanleg goed.’

Het Ten Boerse stel houdt van kleur in hun leven. Hun interieur is daar een duidelijke afspiegeling van. In de woonkamer met rode gordijnen en dito vloerbedekking staat een extreem lange, zwartleren bank die een groot deel van de muur bestrijkt. Hierop kunnen met gemak tien mensen plaatsnemen, wat ook regelmatig gebeurde tijdens de hoogtijdagen van het pleeggezin. In deze periode verzorgde het paar naast hun vier eigen kinderen – drie jongens en een meisje – ook vier pleegkinderen. En al die kinderen namen weer hun vriendjes en vriendinnetjes mee naar huis, wat een, eufemistisch uitgedrukt, levendig huishouden opleverde. ‘Wij zijn altijd al van de zoete inval geweest’, lacht Anneke.

Het leverde destijds een hoop bekijks op als Anneke en Jan als relatief jonge ouders met zeven kinderen op het vakantieadres aankwamen. Inmiddels zijn iets rustigere tijden aangebroken, hoewel het principe van zoete inval van kracht blijft. Twee van Anneke’s eigen kinderen hebben het ouderlijk nest verlaten. De twee huidige pleegkinderen, een jongen van twaalf jaar oud en een meisje van zestien, wonen sinds enkele jaren bij het gezin en zullen hier blijven tot hun achttiende.

Pleeggezin

Het kriebelde al een tijdje bij het echtpaar, dat naast hun eigen winkel voor woninginrichting Slagter Wonen in Ten Boer woont, voordat ze in 1999 uiteindelijk de knoop doorhakten en zich aanmeldden als pleeggezin. Een ruimhartige inborst is natuurlijk een vereiste wanneer je pleegouder wilt worden. Daarnaast groeiden zowel Anneke als Jaap op in een gezin waar het de norm was om iets voor een ander te betekenen. Anneke: ‘Denk eerst aan een ander, dan aan jezelf. Dat heb ik van huis meegekregen. Mijn broer is zwaar gehandicapt en eiste vroeger veel aandacht op in het gezin. Logisch ook, in die tijd was er maar weinig hulp beschikbaar, laat staan een PGB.’

Aangezien Anneke en Jaap elke dag pal naast hun huis in hun eigen winkel aan het werk waren en nog steeds zijn, viel het pleegouderschap goed te combineren. Wat hen uiteindelijk over de streep trok, was de enthousiaste manier waarop een dorpsgenoot over haar pleegmoederschap sprak. Voordat ze officieel pleegouders werden, moest eerst een intensieve training worden gevolgd, waarbij een paar avonden in de week een drie uur durende cursus moest worden gevolgd. Ook werden ze door de instanties zorgvuldig doorgelicht. Na uiteindelijk een bewijs van goed gedrag te hebben ontvangen, mochten de Slagters zich dan officieel pleegouders noemen.

Anneke: ‘We waren ontzettend blij en dachten dat er gelijk een kind bij ons zou worden geplaatst. Maar zo werkte het niet. Jeugdzorg kijkt heel goed naar wat eventueel een goede match kan zijn, zeker bij een eerste keer zijn ze extra secuur.’ Na enkele maanden was daar dan eindelijk de ogenschijnlijke match met een jongetje van zeven jaar. Dat bleek echter al snel flink tegen te vallen. Drie maanden lang hebben alle gezinsleden enorm op hun tenen moeten lopen. Het jongetje was psychisch zwaar beschadigd en had ernstige gedragsproblemen.

_DSC0099

Beschadigd

‘Nu weet je van te voren natuurlijk dat je dit soort problemen kunt krijgen. Niet voor niets worden deze kinderen immers in een pleeggezin geplaatst. Altijd zijn ze in meer of mindere mate beschadigd. Dit was alleen wel een extreem geval en dat voor het eerste pleegkind. Na een paar maanden is het jongetje naar een instelling gegaan. Hij was er te erg aan toe. Een zware maar ook leerzame periode die één groot voordeel met zich meebracht: alle kinderen hierna zouden enorm meevallen.’

Door de jaren heen hebben ze vele kinderen opgevangen. In eerste instantie in de vorm van crisisopvang. Maar al snel werden ook voor langere duur kinderen op liefdevolle wijze opgenomen in het gezin. ‘Ik maak geen onderscheid tussen mijn eigen kinderen en mijn pleegkinderen’, vertelt Anneke. ‘Het enige verschil is dat mijn eigen kinderen me mama noemen en mijn pleegkinderen niet. Voor hen ben ik Anneke. Ik heb in het begin een kindje gehad dat mij vanaf het begin af aan mama noemde, maar dat voelde niet goed. Ik merkte dat mijn eigen kinderen het niet prettig vonden. Daarnaast vind ik ‘mama’ een soort eretitel. Die hoort voor mijn gevoel alleen bij de biologische moeder van de kinderen.’

‘Het is voor de pleegkinderen bovendien minder verwarrend. “Dit is Anneke, mijn nepmama”, zeggen ze dan als ze uitleggen wie ik ben. Ook al wonen ze dan op dat moment niet bij hun eigen ouders, vaak blijven ze hun biologische ouders toch als hun echte ouders zien. Zelfs wanneer ze bij wijze van spreken in de bezemkast hebben moeten wonen. Ik vind dat ook weer iets aandoenlijks hebben, dat ze ondanks alles zo naar hun ouders blijven kijken.’

Contact houden

Veel van de pleegkinderen zijn vanaf een jaar of negen à tien bij het gezin gekomen en op hun achttiende weer vertrokken. Anneke probeert na het vertrek van de kinderen contact te houden, maar in de meeste gevallen is dit erg moeilijk. ‘Eén van onze ‘meiskes’ is een tijdje geleden vertrokken en woont nu zelfstandig, maar onder begeleiding. Ze kan niet met de vrijheid omgaan. Ik zie haar nu langzaam afglijden en dat is heel verdrietig. Daar kan ik soms wel een nacht van wakker liggen.’

‘Het probleem is dat de kinderen in leeftijd dan misschien volwassen worden, maar in werkelijkheid nog niet toe zijn aan een leven op zichzelf doordat ze een beperking hebben. Vaak willen ze zelf graag weg als ze achttien zijn omdat ze toch een zelfstandig leven willen leiden. Helaas zijn ze vaak erg vatbaar voor allerlei verkeerde invloeden.’ Een hard gelag, toch zou het stel de pleegzorg nooit afzweren. ‘Je weet in elk geval dat je ze voor een deel een veilige en liefdevolle jeugd hebt kunnen geven. Misschien dat ze daar later nog eens aan terugdenken, dat is alles wat je kunt hopen.’

(Foto’s: Susan Schuls)






Tags: , , , , , , , , , ,


Over de auteur

Irene (30!) is redacteur, journalist, hypochonder, muziekliefhebber, filmfanaat, diep in haar hart een snelwandelaar en geïnteresseerd in uiteenlopende maatschappelijke thema’s die de dagelijkse actualiteit beheersen.



Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Terug naar boven ↑